Wat verstaan we onder Logopedie?

Het woord logopedie is een samentrekking van de Griekse woorden logos (woord) en paideia (opvoeding). Het is de behandeling van communicatiestoornissen met betrekking tot taal, spraak, de stem, gehoor en/of slikken. Logopedie is een specialisme gericht op het ontwikkelen, herstellen en onderhouden van de communicatie in al zijn facetten. Een logopedist biedt de cliënt preventie, zorg, training en advies ten aanzien van communicatie, mondfuncties, het gehoor, slikken en stem.

  • Na een intakegesprek (waarbij ouders en kind / cliënt worden uitgenodigd), wordt een testmoment gepland. Op basis van de resultaten van de testing, wordt in overleg met ouders/cliënt besloten om logopedische therapie al dan niet op te starten.

Therapiesessies worden wekelijks gegeven op vaste momenten (in overleg met de patiënt/ouders). Afhankelijk van de ernst en aard van de stoornis wordt er 1x60 min./week, 2x30 min./week of 1x30 min./week therapie gegeven.

Naast therapiebehandelingen in de praktijk te Rotselaar, is het ook mogelijk om op verplaatsing logopedie te geven op school of thuis.

In de Osteokliniek kunt u een logopediste raadplegen. Zij staat in voor de diagnose en behandeling van de volgende problemen:

  • Articulatie- en spraakstoornissen: Als kind leren we klanken stap voor stap uitspreken en gebruiken in woorden. Daardoor kan een kind niet alle klanken onmiddellijk uitspreken. Tot de leeftijd van ongeveer 4-5 jaar zijn spraakproblemen normaal. We spreken van een articulatiestoornis wanneer de problemen blijven en bepaalde spraakklanken niet of foutief gearticuleerd worden. Er zijn 2 soorten articulatiestoornissen: fonetische en fonologische articulatiestoornissen.
    • Fonetische articulatiestoornissen zijn stoornissen waarbij het kind niet in staat is om een bepaalde klank correct te articuleren. Een paar voorbeelden: lispelen, de tong drukt bij de /s/-klank tussen de tanden, de /r/ wordt vervangen door de /j/.
    • Fonologische articulatiestoornissen zijn stoornissen waarbij het kind de klanken correct kan articuleren maar niet of foutief gebruikt in de spontane taal. Een paar voorbeelden: eindklanken weglaten in woorden waardoor de omgeving het kind niet goed begrijpt, clusters van medeklinkers niet volledig uitspreken waardoor haar omgeving haar niet goed begrijpt.
  • Taalstoornissen of taalontwikkelingsstoornissen: Er zijn 2 soorten problemen in de taalontwikkeling. Enerzijds is er de vertraagde taalontwikkeling. Hiervan is sprake wanneer het taalniveau van het kind overeenkomt met het taalniveau van een kind dat jonger is. Anderzijds is er een gestoorde taalontwikkeling. Hierbij vertoont de taal van het kind kenmerken die niet thuishoren in een bepaalde fase van het taalverwervingsproces. Uiteraard is een combinatie van beide mogelijk. Taalproblemen kunnen zich situeren  op vlak van taalbegrip en taalproductie of op beide. Zo kan een kind op verschillende domeinen van de taal moeilijkheden ondervinden: met de taalvorm (verbuigingen, vervoegingen en zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) en/of het taalgebruik (pragmatiek).
  • Leerproblemen en leerstoornissen: Kinderen ondervinden meer en meer moeilijkheden om de aangeboden leerstof te verwerken. Bij leerproblemen kunnen we hier snel verandering in krijgen dankzij logopedische therapie. We spreken dan van lees-, schrijf- of rekenproblemen. Hebben de kinderen echter een grote achterstand opgelopen en blijven de problemen hardnekkig aanwezig, dan is er sprake van een leerstoornis. Hierbij is er sprake van een normale intelligentie maar toch is er sprake van problemen met lezen, schrijven en/of rekenen. Dankzij logopedische therapie kunnen de problemen grotendeels overwonnen worden. Toch is het belangrijk om te weten dat deze stoornissen een blijvend probleem zijn en dat er altijd subtiele problemen zullen blijven. In het kader van leerstoornissen spreken we van:
    • Dyslexie: moeilijkheden met lezen.
    • Dysorthografie: moeilijkheden met spelling.
    • Dyscalculie: moeilijkheden met rekenen.
  • Myofunctionele stoornissen: het kind vertoont een afwijkend mondpatroon. Infantiele mondgewoonten (bv. duimzuigen en mondademen) en foutief slikken kunnen de groei van de gebitselementen en het verhemelte negatief beïnvloeden. Infantiele mondgewoonten kunnen leiden tot verslapping van lip- en tongspieren. Hierdoor duwt de tong tegen en/of tussen de tanden in plaats van aangezogen te liggen tegen het gehemelte. Dit wordt duidelijk bij de articulatie van volgende klanken: /t/, /d/, /n/, /l/, /s/ en /z/. Ook tijdens de slikact duwt de tong vaak tussen of tegen de tanden. 
  • Afasie: Afasie is een taalstoornis die het gevolg is van een hersenbeschadiging (CVA). Mensen communiceren door middel van taal. Praten, het vinden van de juiste woorden, begrijpen, lezen, schrijven en gebaren maken zijn onderdelen van taalgebruik. Afasie ontstaat wanneer als gevolg van hersenletsel één of meer onderdelen van het taalgebruik niet meer goed functioneren. Iemand kan de taal niet (goed) meer gebruiken.
  • Dysartrie: Dysartrie is een spraakstoornis. De spieren die nodig zijn voor de stemgeving, het ademen en de uitspraak werken door een beschadiging van het zenuwstelsel onvoldoende. Omdat mensen met dysartrie moeilijk te verstaan zijn kan de communicatie problemen opleveren door bijvoorbeeld onduidelijke uitspraak, nasaal (door de neus) spreken of een combinatie hiervan.
  • Gehoorstoornissen: Slechthorendheid kan verschillende oorzaken hebben. Zo kunnen we door lawaai slechthorend worden door inname van bepaalde medicijnen. Bij de meeste mensen gaat het gehoorvermogen met het toenemen van de jaren geleidelijk aan achteruit. Slechthorendheid kan zich echter ook op jongere leeftijd voordoen.
    • Een geleidingsverlies ontstaat wanneer het trommelvlies en de botjes in het middenoor de geluidstrillingen niet goed doorgeven aan het binnenoor of het slakkenhuis. Het kan resulteren in lichte tot gemiddelde slechthorendheid. Vaak hoort de slechthorende het geluid niet zozeer vervormd maar vooral stiller.
    • Een perceptief verlies ontstaat als het slakkenhuis in het binnenoor niet goed werkt. Dit kan resulteren in matige tot zware slechthorendheid. De slechthorende hoort het geluid minder hard en vervormd.
    • Na de plaatsing van een hoorapparaat of een cochleair implantaat, kan de logopedist helpen in de gehoortraining die bij deze apparaten vaak nodig. Als aanvulling op de auditieve informatie in de communicatie kunnen slechthorenden leren spraakafzien (het letterlijke ‘liplezen'). 
  • Stotteren: Bij een kind kunnen er bij het spreken soms onvloeiendheden waargenomen worden. Die kunnen normaal en functioneel zijn - zoals bijvoorbeeld een “euhm” die wel iedereen een keer inlast - maar in sommige gevallen gaat het over stotteren. In dit geval zien we dat deze onvloeiendheden ongewild en oncontroleerbaar zijn, zoals herhalingen van klanken, lettergrepen of woorden, het langer maken van klanken en momenten waarop het lijkt dat de spreekspieren vastzitten. Het is belangrijk om hierop zo snel mogelijk te reageren, zodat het stotteren correct kan worden opgevangen met de juiste therapie, en dat geldt voor iedereen: kleuters, kinderen, tieners en ook volwassenen melden zich aan voor stottertherapie.
  • Stemstoornissen: Heesheid, ruis op de stem, een vermoeide stem, pijn, het ervaren van een gevoel dat ‘er iets vastzit’, schommelingen in luidheid en/of toonhoogte: dit kunnen allemaal klachten zijn die duiden op een stemproblematiek. Deze klachten kunnen voortkomen uit een organische (een ontsteking, stemknobbeltjes, poliepen, …) of niet-organische (foutieve stemtechniek of stemmisbruik, normale veroudering, neurologische stoornis, …) oorzaak. Daarpom is het belangrijk om eerst een uitgebreid onderzoek bij de neus-, keel-, oorarts in te plannen. Zo kan een oorzaak herkend worden en indien nodig een medische behandeling (medicatie, chirurgie, ...) uitgewerkt worden, samen met de logopedische behandeling. Een logopedische behandeling is op zichzelf of ook in ondersteuning van een medische behandeling noodzakelijk. Een logopedische begeleiding is ook bijzonder nuttig in het voorkomen van stemproblematiek voor (semi-)professionele stemgebruikers: denk aan leerkrachten, mensen die vaak voor een publiek spreken, ... 

Team